Dikkie Koele-Strijkert komt van ’t Loo en moest al op jonge leeftijd haar moeder missen. Veel weet ze zich daar niet van te herinneren. Herinneringen komen wel naar boven als ze over haar schooltijd praat. ‘Op de klompen liep ik naar de Looschool en dan tussen de middag terug, warm eten en dan weer terug. Na de lagere school ging Dikkie, als één van de eersten uit de gemeente, naar de VGLO school, wat stond voor Voorgezet Gewoon Lager Onderwijs. Na die school kwam ze in dienst bij Veening, directeur van de Melkfabriek. Daar bleef ze zo’n 5 jaar, voordat ze naar een ander dienstverband in Zwolle vertrok.
Reijer Koele groeide op in Hattemerbroek in een gezin van 12 kinderen. ‘Mijn moeder regelde alles en mijn vader was altijd aan werk, ‘ weet hij zich te herinneren. ‘Die was altijd bezig want we hadden een grote groentetuin, wat varkens en kippen. We waren zelfvoorzienend en hebben nooit honger geleden. Ook niet in de oorlog. Het was bij ons een zoete inval, iedereen kon bij ons terecht.’ Na de ambachtsschool kwam Reijer al snel terecht bij de Papierfabriek in Wapenveld, waar hij 44 jaar werkzaam was als onderhoudsmonteur.
Het echtpaar Koele kreeg drie kinderen, twee meisjes en één jongen. ‘Ik heb altijd gezegd, ik hoop dat ik zelf mijn kinderen groot mag brengen en nu hebben we zelfs zeven kleinkinderen. Ik kan alleen maar dankbaar zijn, vertelt mevrouw Koele.
Het echtpaar kijkt ook met veel dankbaarheid terug op hun vakantie in Israël. Die reis kregen ze van hun kinderen toe ze 25 jaar waren getrouwd. Het heeft een onuitwisbare indruk achter gelaten. Mevrouw Koele haalt veel steun uit het geloof. In het voorjaar heeft ze een tia gehad. ‘Dan is het geweldig dat je iets hebt waarop je terug kunt vallen’.
Op de vraag wat zou je nog willen antwoordt de heer Koele: ‘Het is goed zo geweest. We hebben alles, we zijn nog gezond en we kunnen nog samen fietsen. We fietsen elk jaar tussen de 3000 en 4000 kilometer.’
.

