Het is twaalf uur 's middags als ik kennismaak met kapitein Maarten. Hij en luitenant Fitz zullen mij de komende 24 uur begeleiden op het schietterrein, en me alles laten zien wat ik wil zien. "Al zal ik er gelijk bij zeggen dat je niet alles in beeld mag brengen", nuanceert Maarten gelijk. "Van sommige dingen willen we gewoon niet dat het buitenland ziet hoe dat er bij ons aan toe gaat."
We vormen samen een bubbel
Ik mag met iedereen praten, alles vragen wat ik wil weten, en - onder begeleiding - overal komen waar ik wil komen. Niet iedereen mag herkenbaar in beeld, maar dat is vaker het geval bij Defensie. Van tevoren ben ik negatief getest op corona. "Dat is heel belangrijk, want we vormen hier samen bubbels", legt Maarten uit. "We zitten hier nu al tien dagen met elkaar, dus het zou vervelend zijn als iemand van buiten nu ineens het virus bij ons brengt."
Na de korte uitleg over de spelregels stappen we in de auto, en brengt Maarten me naar de commandopost, achter op het schietterrein. "Van hieruit overzien we alles wat er gebeurt", legt hij uit. "We communiceren hier met onze pelotons in het veld, Charlie en Delta. Die bestaan allebei uit drie pantserhouwitsers, en voeren verschillende oefeningen uit. Charlie is bijvoorbeeld dynamisch aan het schieten. Die rijden dus een stuk en moeten dan schieten op een doel verderop. De houwitsers van Delta staan juist verdekt opgesteld, en krijgen dan de opdracht om uit hun schuilplaats te komen en ook op een doelwit te schieten."

En dat is indrukwekkend. Het is ontzettend donker onder de bomen op de Veluwe, de houwitsers zijn nauwelijks te zien als ze langsrijden. De chauffeurs rijden met nachtkijkers, dus alles kan in het donker gebeuren. Als de houwitsers staan opgesteld naast de pallets met granaten en de kardoezen (het kruit), zetten de manschappen een klein lampje op hun hoofd aan, en starten ze met het inladen van de granaten. 360 in totaal vannacht, verspreid over zes pantserhouwitsers. "Dat zijn echt heel veel granaten", zegt Fitz. "Ik heb nog nooit meegemaakt dat we er zoveel kregen voor één dag oefenen."
Dat de bevoorrading in het donker plaatsvindt, is een extra oefening. "Ook in oorlogsgebied doe je dit natuurlijk het liefste onopvallend, 's nachts", vertelt Fitz. "Dit moeten we dus uitgebreid geoefend hebben." De leden van zijn batterij werken hard door, en binnen drie kwartier zijn de houwitsers allemaal weer op pad. Dan moet er natuurlijk nog wel opgeruimd worden, en ook dat doet iedereen samen. Al het afval wordt teruggeplaatst op de opleggers, waarna de bevoorradingsvrachtwagens, die verderop verdekt stonden opgesteld, ze mee kunnen nemen.
De tekst gaat verder onder de video.
Om 01.45 uur zijn we terug bij de commandopost. Precies op tijd, want de wacht van Fitz en mij begint. Ruim een uur zitten we in de bokser, kijkend naar de schermen voor ons en luisterend of er op de radio nog iets gezegd wordt. Aan de gps-locatie van een van de houwitsers zien we dat daar nog aan gesleuteld wordt. De reparaties waren niet gelukt voor kwart voor negen, en dus moet er nu, in het holst van de nacht, verder gewerkt worden om de houwitser morgen te kunnen gebruiken. "Ik denk dat ze een uur later mogen opstaan morgen", zegt Fitz. "Want anders hebben ze helemaal geen slaap meer."
Als om drie uur mijn wacht er op zit, kan ik eindelijk mijn veldbed in. Met het geluid van fluitende vogels op de achtergrond val ik snel in slaap onder de sterrenhemel. Vier uur later word ik weer gewekt: de volgende oefendag is begonnen.
De tekst gaat verder onder de foto.

Een stevig ontbijt en een sterke bak koffie helpen ons allemaal wakker te worden. Om half negen staan de pantserhouwitsers alweer opgesteld, klaar voor de eerste schoten. Aangezien ze zestig granaten per stuk bij zich hebben, zullen er vandaag veel knallen klinken. Dat blijkt ook wel als ik even bij het Charlie-peloton langsga: het ene na het andere schot wordt gelost. Wie even geen taak heeft, probeert op een veldbed nog wat bij te slapen, maar verder is iedereen druk met de oefening.
Ik wil natuurlijk ook wel eens zien hoe het er aan de andere kant aan toe gaat. Fitz neemt me daarom mee naar de 'voorkant', naar de waarnemers. Via allerlei moeilijk begaanbare wegen komen we bij een verkenningspost, waarvandaan een denkbeeldige vijand in de gaten gehouden wordt. Via de radio vragen de waarnemers om steun. En inderdaad: binnen twee minuten hoor ik ver weg een paar doffe knallen, gevolgd door een hoge fluittoon van de granaat die over me heen vliegt. Een stuk verderop zie ik een rookwolk verschijnen, waar de granaat zojuist is ingeslagen. Direct hoor ik nog een fluittoon, en zie ik een nieuwe rookwolk. De granaten landen keurig vlak bij elkaar, precies op de plek waar de waarnemers ze wilden hebben.
De tekst gaat verder onder de foto.

Is het nou nodig om zoveel te schieten als deze week, met 180 granaten vandaag als hoogtepunt? "Ja", zegt Fitz stellig. "Dit is het zwaarste wapen dat we in Nederland hebben. We moeten echt goed getraind zijn, voor het geval we ingezet worden. En dat is niet alleen als hier een vijand komt: de houwitsers zijn bijvoorbeeld ook in Afghanistan geweest. En we gaan er ook mee naar Litouwen, naar de grote internationale missie daar, waarmee we proberen het oosten rustig te houden. Daar kunnen we niet ongetraind naartoe gaan."
Veel klachten in coronatijd
Toch weet Fitz ook dat er veel klachten binnen kunnen komen, van mensen rond het schietterrein. "Ja, zeker nu in coronatijd. Wij schieten eigenlijk alleen tussen 8.30 en 17.00 uur, als mensen normaal gesproken op hun werk zijn. Toen mensen vorig jaar thuis moesten werken, zagen wij gelijk dat er meer overlast ervaren werd. Bovendien moeten we nu al onze oefeningen hier houden, we kunnen door corona niet naar het buitenland. Ik begrijp best dat het vervelend is, maar we doen ons best de overlast te beperken. We oefenen lang niet elke week, en we gebruiken speciale oefengranaten, die veel minder geluid maken dan onze standaardgranaten. Maar ja, geluid houd je altijd."
Terug op de commandopost lunch ik nog samen met Maarten en Fitz, voordat ik weer vertrek. Zij zijn ondertussen al druk met het organiseren van de BeVo-straat van vanavond, op een andere plek en op een andere manier. Alles moet geoefend worden, alles moet routine worden. "Dit is prachtig werk", zegt Fitz. "Je bent altijd bezig. Of het nou is met planning, met reparaties of onderhoud, of met een schietoefening, er is genoeg te doen. En aan het eind van de dag sta je met je maten na te genieten en na te praten. Daar doen we het allemaal voor."
Mijn 24 uur zitten er op. Ik word teruggebracht naar mijn auto. Terwijl ik op de achtergrond de pantserhouwitsers hoor schieten, rijd ik terug naar huis. De komende week geen schietoefeningen meer voor de Bravo-batterij: zij moeten hun pantserhouwitsers gaan onderhouden op de kazerne. Die hebben deze week veel geschoten, dus hebben extra aandacht nodig.
Door: Rik Kapitein, Loco Mediagroep i.s.m. Omroep Gelderland

