"Ik ben heel erg verbaasd dat juist de groep die versneld geprikt moest worden, nu vijftien weken moet wachten op de tweede prik. Ik krijg 28 mei de eerste, maar pas op 10 september de tweede. Ik snap dat huisartsen tot over hun oren in het werk zitten. Maar ik ben hier helemaal niet blij mee", zo stelt een vrouw uit Ermelo die niet bij naam genoemd wil worden.
De Gezondheidsraad adviseert momenteel twaalf weken tussen de eerste en de tweede prik met AstraZeneca. Dat betekent dat huisartsen in Gelderland, die nu weer beginnen met het vaccineren van 60- tot 62-jarigen, de tweede prik midden in de zomervakantie moeten zetten. De Landelijke Huisartsen Vereniging bevestigt dat ze hier vragen over krijgt, omdat huisartsenpraktijken dan tegen geplande vakanties aanlopen.
"Sommigen vragen welke ruimte er is rondom de aanbevolen twaalf weken tussen de eerste en de tweede prik. De RIVM-richtlijn stelt dat het interval voor het AstraZeneca-vaccin tien tot veertien weken is. Dat biedt dus wat meer ruimte om de vaccinaties zo te plannen dat het voor de huisartsenpraktijken en de patiënten past."
Advies van RIVM
Gezondheidscentrum Ermelo bevestigt dat het bij hen gaat om een interval van vijftien weken. "We hebben advies gevraagd bij het RIVM en gehoord dat twaalf tot zestien weken ertussen kan", zegt de praktijkassistente aan de telefoon. "Vaak vinden ook patiënten het vervelend om midden in de vakantie zo'n afspraak te hebben. En we prikken iedereen op één dag. Dan moet die tweede prik wel gezet worden op een moment dat veel patiënten kunnen. We doen het ook om patiënten tegemoet te komen."
Het RIVM kon niet toelichten waarom deze huisartsenpraktijk te horen heeft gekregen dat twaalf tot zestien weken kan, terwijl de richtlijn tien tot veertien weken voorschrijft. "We adviseren op basis van wat we weten van het vaccin en wat de fabrikant voorschrijft. In richtlijn staat tussen tien en veertien weken. Of het toch ook eerder of later kan, kunnen we niet beslissen. Daar moet de Gezondheidsraad zich over buigen."
Gezondheidsraad: niet langer dan twaalf weken
De Gezondheidsraad verwijst naar een eerder advies van 8 maart. Toen adviseerde ze de tijd tussen de prikken niet langer te maken dan twaalf weken 'vanwege onzekerheid over de mate van bescherming'. "Ook is onzeker wat het effect is op de verspreiding van bestaande en nieuwe virusvarianten zoals de Zuid-Afrikaanse variant en de Braziliaanse variant."
Op dit moment buigt de Gezondheidsraad zich nog over de vraag of de tijd tussen de eerste en tweede prik met AstraZeneca ook korter kan dan twaalf weken.
Zie ook:
- Telefoon bij huisartsen staat roodgloeiend met vragen over vaccinaties
- 'Wij zitten op de schopstoel', 60-plussers balen van vaccinstrategie
- RIVM legt puzzel opnieuw: tóch eerder vaccin voor 60- tot 64-jarigen in Gelderland
Door: Freke Remmers

