22-04-2023 18:35
Arthur en Natasja zijn hoogbegaafd en kwamen daar pas heel laat achter

NIJKERK - Natasja Schreuder had een heftige, traumatische jeugd. Met een verslaafde vader, een moeder die overleed, verwaarlozing en misbruik. Uiteindelijk raakte ze ook zelf aan de drugs en werd ze dakloos. Jarenlang kreeg Natasja de ene na de andere psychiatrische diagnose, tot ze er onlangs achter kwam hoogbegaafd te zijn. Net als bij lotgenoot Arthur vielen de puzzelstukjes ineens op hun plek.
De nu 37-jarige Edese kreeg drie jaar geleden de vraag van haar psycholoog een intelligentietest te doen. Hoewel Natasja inmiddels zelf ook wel wist dat zij slim en snel was, verraste die haar toch. Op de basisschool was zij immers nog als zwakbegaafd bestempeld. "Toen daar hoogbegaafdheid uitkwam, is voor mij de wereld op zijn kop gegaan en daarna nooit meer dezelfde geworden."
Redding
Achteraf denkt Natasja dat die hoogbegaafdheid haar tijdens haar jeugd 'de reet heeft gered'. "Dat ik niet aan mijn problemen onderdoor ben gegaan en mijn hoofd boven water wist te houden. Op mijn zesde zorgde ik voor mezelf." Op school presteerde ze niet goed, omdat al haar energie naar overleven en het helpen van haar familie ging. "Zo kon ik ook voor mijn vader zorgen, die 's nachts thuiskwam."
Natuurlijk loopt Natasja ook tegen de moeilijkheden aan die hoogbegaafdheid kenmerken. "Vooral op sociaal vlak. Doordat ik sneller en complexer voel en denk dan anderen." Natasja is blij dat ze pas op latere leeftijd in een oud rapport ontdekte dat haar basisschool haar als zwakbegaafd aanmerkte. "Maar in die 34 jaar dat ik als zwakbegaafd door ging en 13 verschillende psychiatrische diagnoses en subdiagnoses kreeg, heb ik eigenlijk altijd wel geweten dat er helemaal niet zoveel aan de hand is met mij."
'Kon mezelf als volwaardig zien'
De labels die je krijgt opgeplakt draag je mee, ervaart Natasja. "Dat ze je bestempelen als borderliner, ADHD'er, iemand met PTSS of een antisociale gedragsstoornis, theatrale stoornis of dissociatieve stoornis", somt ze op. Maar in die diagnoses vond zij niet de oplossing. "Toen bleek dat ik gewoon slim, complex, snel en intens ben, kon ik ineens buiten al die diagnoses gaan zoeken. Ik werd een ander mens en kon mezelf als veel volwaardiger zien."
Toch wil Natasja niet echt van verwijten spreken. Haar zorgverleners kregen een kind en jongvolwassene dat voldeed aan de gedragskenmerken van de diagnoses uit het handboek waar zij naar leven en op basis waarvan zij worden gefinancierd, weet Natasja.
Meeste pijn
De meeste pijn doet haar nog wel de intelligentietest op de basisschool waarna zij als zwakbegaafd werd weggezet. "Ze wisten van het overlijden van mijn moeder en de verslavingsproblematiek van mijn vader. Dat ik een sleutelkind was en altijd alleen thuis. Ze hadden moeten bedenken: het is niet heel slim om dit meisje te testen. En als ze echt naar me hadden gekeken, hadden ze geweten dat ik zeker niet zwakbegaafd was."
Was er op haar pad meer kennis van - en begeleiding bij - hoogbegaafdheid geweest, had zij minder problemen gehad met het verwerken van emoties. Daar is Natasja van overtuigd. "Dan was ik misschien nooit verslaafd geraakt. Dan denk ik dat ik voor de grote psychiatrische problemen wel weg had kunnen duiken."
Vijftig jaar
Arthur Warmer uit Zoelen deed er zelfs een halve eeuw over voor hij achter zijn hoogbegaafdheid kwam. Het gevoel van anders zijn en niet begrepen worden, had de nu 55-jarige Arthur al langer. "Nu snap ik beter waar dat vandaan komt."
Een typisch kenmerk dat hij ervaart, is het hebben van een sterk moreel kompas. "Het goede willen doen." Inmiddels heeft Arthur de nodige carrièrewisselingen achter de rug. "Zet mij ergens neer en na drie maanden vertel ik je hoe het véél beter kan. En de ellende is: ik heb altijd gelijk. Dat is voor leidinggevenden een uitdaging om mee om te gaan."
Wie goed naar Arthur luistert, merkt dat zijn woorden allerminst arrogant zijn bedoeld. Er schuilt een wereld van eenzaamheid achter. "Niet veel mensen hebben dat vermogen, dus je bent altijd een soort buitenstaander. Iedereen probeert altijd alles terug te brengen naar wat voor hen behapbaar is. Daarin de dialoog vinden, is moeilijk."
Aansluiting
Al op de kleuterschool was hij 'een misfit', herinnert Arthur. "We moesten prikken en plakken. Dat vond ik belachelijk." Toen Arthur zeven jaar oud was, had hij conflicten met zijn docent, moest hij regelmatig naar de hoofdmeester en werd hij gepest. "Ik leerde mijn eigen lijn te kiezen en op mezelf te vertrouwen. Maak je die afslag anders, raak je denk ik beschadigd."
Ook later was aansluiting vinden lastig voor Arthur. Toen hij onder meer door het overlijden van zijn vader, een scheiding en problemen bij zijn kinderen in de put raakte, zocht hij voor het eerst professionele hulp. Die bleek er niet te zijn. "Je mag wel komen praten, maar om mij verder te helpen ontbreekt hen de vaardigheden."
'Dat is eenzaam'
"Als je dus eindelijk op het punt bent dat je denkt: mag ik nu eens mijn hand ophouden en kan iemand mij nu eens redden, is het antwoord nee", zag Arthur. "Als je het hebt over eenzaamheid: dat is eenzaam."
Het is voor normaalbegaafden ook simpelweg niet mogelijk om te beseffen hoe jij naar de wereld kijkt, realiseert Arthur. "De emoties en gedachten. Het holistische denken. Al zou je rustig gaan zitten om het ze uit te leggen, dan haken ze af. Dat is niet te doen. Ik praat dus altijd met de handrem erop. Het gevolg is dat je veel in je eigen hoofd bezig bent."
Lees hier meer over hoogbegaafdenproblematiek in met name het onderwijs.
Heb je een tip of opmerking? Mail onze redactie via info@locomediagroep.nl.
