29-10-2024 13:45
Patiënten die brandstichten: 'Voor mij zijn het geen criminelen'

In het tv-programma In het Vizier van De Jager deelt de 31-jarige Joanne uit Ermelo haar verhaal: zij belandde op de intensive care van het brandwondencentrum in Beverwijk, nadat zij zichzelf in brand stak in een GGZ-instelling in Ermelo. Afgelopen juli brak op dezelfde locatie opnieuw brand uit. Een cliënt werd opgepakt op verdenking van betrokkenheid bij het incident.
Dat raakt Joanne: “Er is brand op de gesloten afdeling waar ik lange tijd verbleef. Een plek waar mensen bescherming nodig hebben, waar geen gevaarlijke voorwerpen mogen zijn en al helemaal geen aanstekers. De GGZ zit fout, maar de cliënt wordt opgepakt?”
Recht om te roken
Volgens een woordvoerder van GGZ Centraal, waar de instelling in Ermelo onder valt, hebben cliënten ‘het recht om in hun eigen kamers, ook op gesloten afdelingen, te roken.’ Advocaat Schadd onderstreept dit: “Alleen je moet het wel zo doen dat het gecontroleerd wordt. Als iemand brandgevaarlijk is, dan zou je hem niet moeten laten roken zonder toezicht.”
Hoewel brandstichting door GGZ-cliënten regelmatig in het nieuws komt, zijn er geen actuele cijfers beschikbaar van politie, brandweer, Inspectie en GGZ Nederland. Dit blijkt uit onderzoek van Omroep Gelderland.
Deskundigen wijzen op de noodzaak van meer onderzoek omdat het vaak voorkomt, maar er te weinig bekend is door wie en waarom. Dat zegt Lydia Dalhuisen van de Universiteit Utrecht. Ze is gepromoveerd op het onderwerp brandstichters.
Op de vraag of we brandstichters binnen de GGZ ook daders mogen noemen, antwoordt ze: “Ze plegen natuurlijk wel een strafbaar feit, maar worden daar vaak niet voor vervolgd. Ik zou ze gewoon brandstichters noemen. In het Verenigd Koninkrijk is onderzoek gedaan, daar wordt uiteindelijk maar tien procent van de brandstichters veroordeeld. Ik denk dat daar gezien wordt dat brandstichten in een instelling vaak voortkomt uit een zorgbehoefte.”
Omroep Gelderland bestudeerde tientallen gerechtelijke uitspraken. Die liepen erg uiteen. Daar waar de ene rechter het belangrijk vindt dat de verdachte onder behandeling blijft, legt de ander een gevangenisstraf op. Advocaat Schadd: “Die willekeur begint al in een pril stadium, bij een eventueel politieonderzoek. Ik heb meegemaakt dat er iemand werd gehoord en dat het daarna geseponeerd werd. Maar je maakt ook mee dat ze het hele justitiële circuit doorlopen. Terwijl de casussen vrijwel identiek zijn.”
Schroeiplek en brand
De boodschap van Schadd is helder. “Doe meer aan preventie en minder aan repressie. Ik denk dat je er als maatschappij veel meer bij gebaat bent om dingen te voorkomen dan dat je er achteraf op inhakt.”
Onderzoeker Dalhuisen: “Vuur is natuurlijk lastig in te schatten en lastig te beheersen. Dat maakt misschien de vervolging ook willekeurig. Bij de één wordt het meteen ontdekt en blijft het bij een schroeiplek in het dekbed, bij de ander ontstaat een enorme brand. Degene die de brand sticht kan ook niet overzien wat de gevolgen zullen zijn. Dus misschien is het helemaal niet de bedoeling van de persoon die zijn beddengoed in brand steekt dat het vervolgens enorm uit de hand loopt en het tot misschien zelfs dodelijke slachtoffers leidt.”
Dalhuisen ziet dat veel van de brandstichters in een instelling daarvoor nog nooit brand hebben gesticht. “Juist omdat ze in zo’n instelling zitten en daar moeilijk mee om kunnen gaan, is dit hun manier om met emoties om te gaan. Met wanhoop, woede, het kan een schreeuw om aandacht zijn of dat ze het er niet mee eens zijn dat ze tijdelijk in een zorginstelling verblijven.”
Heb je een tip of opmerking? Mail onze redactie via info@locomediagroep.nl.
